Ubud
10 maart 2026 - Ubud, Indonesië
Vrijdag 6 maart - dinsdag 10 maart
Hondsdolheid of rabies, daar heb ik me eens wat meer in verdiept. In Bali komt deze ziekte voor, wat ik al had verwacht. Op enkele plaatsen komt het heel vaak voor zoals in Denpasar, waar ik ben gebeten. In 2025 waren er meer dan 60 000 hondenbeten gemeld, enkel maar op dit eilandje. Honden, katten en apen kunnen deze ziekte overbrengen door een beet of een krab. De gemelde beten zijn vooral van honden. Een hond kan deze ziekte hebben opgelopen en kan al besmettelijk zijn vóór er symptomen optreden. Hoe lager de beet op het lichaam, hoe trager het de hersenen bereikt, wat fataal is. Na 20 tot 90 dagen treden de eerste symptomen op, maar dan is het te laat met een dodelijke afloop. De overheid van Bali voert intensieve programma's om hondsdolheid te bestrijden, met als doel een rabiësvrij eiland in 2028. Door masaal gratis inentingen van honden, sterilisatiecampagnes om de populatie te beheersen en educatie in dorpen. Overheidsziekenhuizen, bekend als Puskesmas, bieden deze vaccins aan tegen lagere tarieven dan privéziekenhuizen, soms zelfs gratis.
We checken uit, eindelijk uit die anti-verluchte kamer, laten de rugzak aan de receptie en wandelen naar de dichtsbijzijnde Puskesmas. Google maps stuurt ons door een lange smalle steeg waar twee straathonden ons opmerken en beginnen te blaffen. No Way dat ik daar door ga. We maken een enorme omweg, maakt niet uit dat het zo heet is. Ik ben echt bang geworden van honden en zeker als ze blaffen! Hoeveel risico's we eigenlijk hebben genomen in India, 12 jaar geleden, besef ik nu maar al te goed. Dat we een keer midden in de nacht naar ons nachtbus stapten en vaak voorbij blaffende honden voorbij wandelden. En daar zijn ze uitgehongerd, vel over been en héél ongezond. We zagen toen de honden een koe aanvallen en naar de keel grijpen. Toen hadden we koekjes gegooid om ons risico te verminderen, wat werkte. Dat zou ik nu nóóit meer durven. In Australië, terwijl wij er waren is er een jonge vrouw doodgebeten door een groep dingo's (wilde honden) nadat ze uit de zee kwam vroeg in de ochtend. Wat een vreselijke dood. Van deze hondjes heb ik nu geen bang, zo wit als sneeuwwitje.
Het ziekenhuis is nog geen twee kilometer ver, lijkt niets, maar in deze hitte voelt dat eindeloos. Ideaal om onderweg een hete eetsoep te nuttigen in deze zaak.
Goed zot vind Laurens die wijselijk past. Ik ben zo verslingerd aan Aziatische eetsoepen dat ik zelfs in deze vochtige hitte er niet aan kan weerstaan. Het smaakt me steeds zó goed en helpt precies een beetje tegen mijn Woon's Face Waterfall. Of maak ik mezelf dit wijs? De vrouw bereidt talloze traditionele Balinese offergaven voor, bekend als Canang Sari, die vaak bloemen en voedsel bevatten. Ze gaat kwarteleitjes koken voor erbij te voegen.
Aan het Puskesmas toegekomen, is het vrij druk. Buiten staan veel mensen te wachten. Ze wegen en meten de patienten zelfs in de open buitenlucht voor de ingang. Niemand spreekt hier engels, oei dat wordt een moeilijke. Uiteindelijk is er toch iemand die een heel klein beetje engels kan en helpt me voort. Ik mag meteen binnen en wordt een kamer binnen geleid met een kleine bureau waar drie bedden naast staan. Ik voel me toch wel een beetje schuldig dat ik meteen word geholpen, omdat ik een toerist ben. Ik word grondig ondervraagd met veel moeite om elkaar te begrijpen, maar we komen eruit. Enkel de gegevens van de eigenaar van de hond in kwestie, kan ik haar niet verschaffen. Ze vraagt of ik de wond heb gewassen onder stromend water met zeep en hoelang? Ja, ik heb de wond 10 minuten met zeep gewassen, niet vlak erna, maar 17u na de beet. Ok ook goed. Dat is dus een goede manier om eventuele 'slechte' virus-deeltjes en bacteriën te verwijderen uit de wond. Er wordt besloten om het 2-1-1 schema toe te passen. Nu 2 spuiten, binnen een week nog 1 en twee weken dààrna de laatste. Ik moet even meelopen met haar naar het onthaal om af te rekenen. De spuiten zelf krijg ik gratis. Ik hoef enkel administratiekosten te betalen, voor het onderzoek en het zetten van de spuiten. 37k in totaal, nog geen 2 euro!
Amaai cool! Laurens wil er ook, om preventief beschermd te zijn, maar moet eerst gebeten zijn voor hij zijn zin krijgt. Ik ben de gelukkige. Mijn bloeddruk wordt gemeten, de meter geeft een error. Snel haalt ze een andere, meet weer... lage bloeddruk, maar nog in orde. In elke boven-arm krijg ik een prik en moet dan 15 minuten wachten voordat we door mogen.
Buiten staat er een ambulance wat natuurlijk Laurens zijn aandacht trekt.
En maar hopen dat je als lange mens nooit iets ergs voor hebt en met dit moet worden afgevoerd. In India is het nog erger, daar is de ambulance een Samurai!
We wandelen rustig terug door de sauna waar iemand veelvuldig water heeft gekapt. Langs het drukke verkeer met de nodige toeters en bellen. En maar mijn gezicht afdeppen terwijl ik ineens snak naar iets lekker fris. Plots zien we een Mixue! Oooh we zijn door het dolle heen. Ons favoriet zaakje dat we enkele jaren terug in Vietnam hebben ontdekt.
Een droom wanneer het heet is! Voor 10k (€0,50) heb je een heerlijk grote ijskoud lekker drankje met veel ijs en sneetjes citroen. Daar heb ik nu eens ècht zin in. Zààlig!!
We zijn normaal niet voor airco, maar wat doet dat deugd deze keer om in een koelere ruimte mèt ons favoriet fris drankje te zitten. We nemen rustig de tijd om af te koelen. En hun wifi krijgen we er extra bij. Heel handig, omdat we hier beiden met een gsm zonder sim-kaart rondlopen.
We kunnen er weer tegenaan! Een warung met heel lage lokale prijzen.
Dat gaan we uittesten. Nasi Goreng zou ook typisch Indonesisch zijn, dus bestel ik eens dit en geen eetsoep voor een keer. Ik ben verkeerd begrepen en krijg er toch een bakso soep bij. Ja, bakso staat op mijn voorhoofd geschreven. Geen erg, gaat àltijd binnen.
Laurens offert zich dan maar op voor de gebakken rijst.
Voor beiden tellen we 25k neer, maar €1,30! Naar het ziekenhuis gaan is een plezier!
We pikken onze rugzak op, even weer bekomen in het guesthouse. Toilet, wifi en we krijgen nog twee flesjes water, hoe lief. Een half uur wandelen naar de bus pfff elke minuut in die overdreven vochtige hitte is teveel, even doorbijten. Het is nog steeds regenseizoen dus veel vocht, is veel stoom. Het is ook de warmste tijd van het jaar. Een dik uur op de bus voor onze volgende bestemming, Ubud. Gebruik maken van lokale bussen is spotgoedkoop. Korte of lange rit, steeds 10k (€0,50) voor ons beiden. Maar deze bus werkt met een kaart, niet cash. Ik duw het gepast geld in de handen van de chaufeur en het is ok. We zijn de enigsten. Onze eigen privé-bus.
Grappig wat er allemaal verboden is op de bus. Geen wapens? Tjiens? Zo streng?
Ja Laurens je gaat toch uw machinegeweer moeten achterlaten. Ik ben trouwens ook de pineut met mijn vier handgranaten. Oei waar is mijn pin?
We rijden Ubud binnen en zien meteen een verkeersagent in een speciale outfit.
Een Pecalang, een traditionele Balinese veiligheidsagent die het verkeer en de orde regelt, draagt een zwart-wit geblokte sarong, de saput poleng, die staat voor het evenwicht tussen goed en kwaad.
'Stop Knalpot Brong' lezen we.
'Stop de uitlaten met hun oorverdovend lawaai'. De herkenbare woorden, voor Belgen en Nederlanders, komt nog van tijdens de koloniale periode. Indonesië was ongeveer 350 jaar lang een kolonie van Nederland (onder de naam Nederlands-Indië). Door deze lange geschiedenis zijn er naar schatting wel 10.000 Nederlandse woorden in het Indonesisch terechtgekomen. 'U' spreken ze hier uit als 'oe'.
Zoals sekrup (schroef), maar ook gratis, hallo, ya (ja), wortel, buncis (boontjes), setempel (stempel), polisi (politie), kol (kool), apel (appel), rem, ember (emmer), faktur (factuur), notaris, naakt,...
Afgestapt in Ubud, zien we overal toeristen, we zijn niet meer de enigsten. Laurens dan toch vooral, de witte. Snel vinden we ons verblijf Santun Homestay.
Wat een karakervol welkom.
Het lijkt een doolhof binnen, voor mij dan toch. We lopen de trappen op om op een smal pad uit te komen.
Halverwege het pad is onze kamer. De deur en het raam bestaat uit prachtig gedetaileerd houtsnijwerk met traditionele Balinese motieven. We kijken uit op de tempel naast ons kamer.
Eerst snel een quick-douche waarna Laurens meteen op bed ploft.
Het is helemaal niet te heet in de kamer en met de plafondventilator is het zeer aangenaam. Moest ik niet smelten van de hitte, kan ik zelfs een warme douche nemen.
En vooral goede verluchting! Ook door de kleine openingen in de muren. Het voordeel van een ventilator, is dat de wind muggen weghoudt. De andere kamers hebben een terras die vlak naast elkaar staan. Wij hebben geluk met ons privé-terras. En een wasrekje toppie!
Zoveel beter en charmanter dan het vorige en nòg goedkoper! Nog geen €5 per nacht! Absoluut een voltreffer!
Enkele uurtjes later vraagt ons maag voor wat aandacht. Vanaf we buiten stappen staat er recht voor ons een bakso-kraampje op een scooter. Jippie!
Wow die geeft veel variaties. Soep met wat doorzichtige noedel gemengd met fijngesneden kool, vleesballetjes, hardgekookt ei, stukjes gebakken tempeh en gefrituurde raviolis. De soepjes worden alsmaar beter, amper €0,75!! Dit wordt mijn dagelijkse lekkernij.
We zitten midden in het centrum van Ubud. Het is hier wondermooi, gewenteld in de traditionele Balinese architectuur, inclusief gedetailleerde stenen muren en tempelpoorten (Candi Bentar) die typisch zijn voor de regio.
Het contrast met de weelderige groene tropische vegetatie maakt het sprookje compleet.
Overal zie je deze poorten (kori agung), geflankeerd door stenen bewakers, waarachter een verborgen homestay schuilt in alle rust.
Zo ziet heel deze omgeving eruit, boordevol charisma.
Deze krullende architectuur wordt nog steeds door traditionele Balinese ambachtsmannen gekapt uit een soort cement met hamer en beitel. Zoals we zien op onze homestay.
De stenen bewakers voor de poorten, vaak een Barong of een beschermgeest (Candi Bentar bewaker), zijn meestal gemaakt van vulkanisch gesteente en worden vaak versierd met bloemen en traditionele saput poleng (zwart-wit geruite doeken).
De felle oranje bloemen in de afbeelding zijn goudsbloemen, die veel worden gebruikt in Balinese offers en decoraties. En als je teveel lawaai maakt...
Tropische flora is toch geweldig. Hoe sociaal bomen zijn. Deze deelt met minstens twee andere planten.
De planten zijn geen parasieten, zuigen geen voedsel uit de boom, maar gebruiken het enkel als steun. Het zijn epifyten. De dikke, leerachtige bladeren helpen om vocht vast te houden.
Dit type varen (ja klopt, varens kunnen er helemaal anders uitzien dan wij gewend zijn) kan in bomen klimmen. De wortelstokken kruipen over de bast van de boom en vormen dichte matten.
De andere plant onderaan is de hertshoornvaren. Op deze boom zie je het beter. Doet me denken aan een gigantische sla.
De plant heeft twee soorten bladeren: grote, brede 'nestbladeren' die zich om de boomstam wikkelen en hangende bladeren die lijken op de hoorns van een hert (zie vorige boom). Dit is ook een epifyt. Zou je niet denken want hoe komt deze plant dan aan zijn voedsel? Van regenwater, stof en organisch materiaal dat tussen zijn bladeren blijft zitten en afgevallen bladeren en humus. Ik vind dit fascinerend. Zo kan je deze plant tegen uw buitengevel plakken zonder dat je er iets voor hoeft te doen, weliswaar in de tropen.
En wat vind je van dit papayaboompje?
Vindt zichzelf heel wat met zijn te dikke nek met toupetje. En dan ben ik nog braaf geweest, want ik kon het met een ander lichaamsdeel vergelijken.
Nog een sociale boom. Onderaan groeit klimop op.
En dan zien we rode vruchten hoog in de boom, drakenvruchten.
Deze drakenvruchtplant groeit naast de stam en gebruikt de boom als ondersteuning om hoog aan het licht te geraken. Deze plant wordt ook pitaja genoemd en behoort tot de cactusfamilie. Deze boom heeft dus twee epifyten als vriendjes, geen profiterende parasieten.
De tropische flora groeit hier in een weelderige chaos, dicht opeen en zonder duidelijke orde. Het lijkt alsof de bebouwing datzelfde patroon volgt, iets wat je in veel tropische landen van Azië ziet.
En wat vind je van deze pseudo 'Eggplant'?
Lege eierschalen die op de uiteinden van deze stengels zijn gestoken.
Het fruit is ofwel mini zoals de banaantjes, maar daarentegen ook reuzachtig. De kokossen om uit te drinken, genoeg voor ons beiden.
We zijn letterlijk 'ene' gaan drinken.
Zo groot dat het makkelijk als bloempot kan gebruikt worden, zoals deze ananasplant
Passievrucht heb ik nooit echt gemogen met enkel zijn pitjes, maar hier! Zó groot en boordevol sap, lekker!
Laurens is vooral geïnteresseerd in alles wat een motor heeft.
Een Suzuki Samurai, de soort jeep waar hij zijn hart aan heeft verloren. Kan je je voorstellen dat je dààr in wordt gegooid in India als je bijvoorbeeld wordt omver gereden?
De tweewielers hoeven niet onder te doen.
Telkens gaat hij in gesprek met de eigenaars, die hem maar al te graag te woord staan.
Met deze Honda scooter wordt nog gereden, ongelooflijk maar waar.
Voor de echte toerist zijn hier talloze winkeltjes, van kleurrijke luchtige kledij tot ambachtelijk handwerk. De winkeltjes zijn verweven tussen de Balinese archtectuur. Maar op marktjes kan je daarvoor ook terecht.
En wie houdt van sieraden op maat, piercings en zot is van de kleur roze is dit perfect.
Gezellige eettentjes met schappelijke prijzen waar de rijstvelden naast groeien.
Deze heeft een geweldige originele deur. Kan zo een hobbit door lopen.
Of lekker smerig willen dineren.
Voor diegenen die graag gastronomisch uit eten gaan, kan terecht in verscheidene chique prachtige restaurants van dit niveau terwijl je niet meer betaalt dan 'normaal uit eten gaan' in België. Voor ieders wat wils. Wij houden het bij de lokale kraampjes en eettenten aan spotprijzen.
We gaan het Ubud Paleis (Puri Saren Agung) bezoeken.
Dit historische complex is de officiële residentie van de koninklijke familie van Ubud. Nazaten van de laatste Balinese koning wonen nog steeds in een afgesloten gedeelte aan de achterkant van het paleiscomplex. Overdag is een deel gratis toegankelijk voor bezoekers. 's Avonds worden er in het paleis vaak traditionele Balinese dansvoorstellingen gehouden. Op zondag oefenen kinderen deze dans (video's).
Toeristen houden hier maar al te graag hun fotoshoots.
Op de trap is de boodschap te lezen 'Attention Please Don't Step Up'. Wordt hier rekening mee gehouden?
Op de trap even zitten, tot daar aan toe, maar er zijn er die leunen op de stenen bewakers, het plaatje opzij shotten,.. voor hun 'fotoshoots'. Mensen kunnen toch onrespectvol zijn. Het stoort me zo hard dat ik er weg wil, naar een bezienswaardige plaats waar we in alle rust kunnen genieten. Dat wordt de Sweet Orange Trail naar de rijstvelden op enkele minuten van de drukte.
Een smal pad leidt ons verder en verder weg van het lawaai.
Met de vele regens is het soms wat modderig, maar deze smalle planken heeft een oppassertje.
Een van de planken buigt enorm hard door en wij zijn dan lichtgewichten. Vroeg of laat zal er toch eens een zwaarlijvige door zakken. Het kleurrijk aapje wijst ons de weg om de hoek.
Waarna we helemaal niets meer merken van de drukte achter ons.
We zijn nog steeds op het juiste pad, is ook de enigste, zelf ik kan hier niet verloren lopen met mijn zotgedraaid compas zoals Jack Sparrow er een heeft.
Meteen zien we de eerste rijstvelden pal naast woningen.
Aan de linkerkant werken lokalen aan een dak.
En aan de rechterkant scharrelen eenden in en rond de irrigatiekanaaltjes van de drassige rijstvelden.
Het stuk waar het water de velden in loopt, wat dieper is, baden de flappervoetjes geduchtig in het water (video).
Een lang stuk van het pad bestaat uit gepersonaliseerde stenen van toeristen.
Voor 400k (€20) kan je de uwe vereeuwigen, wat nog steeds mogelijk is.
Wanneer een rijstveld klaar is om te oogsten ziet het er zo uit.
De graankorrels smeken om gedorst te worden. Ze willen van de stengels gescheiden worden, maar eerst moeten de stengels worden afgesneden. Ik geef eentje zijn zin zonder te snijden.
Geoogste velden worden daarna door een boer geploegd met een gemotoriseerde ploeg of handtractor (video). Daardoor wordt er zuurstof toegevoegd en plantenresten onder verwerkt wat goede voeding wordt.
Je hoeft geen social media te hebben voor volgers.
Geen glitter en glamour, maar wat omgewoelde aarde is genoeg voor deze koereigers. Hun oranje kop wijst erop dat ze in het broedseizoen zitten.
De modder in de velden wordt fijnmazig gemaakt en het oppervlak volledig waterpas. Dit is cruciaal voor een gelijkmatige waterverdeling.
Het veld blijft een tijdje onder een laagje water staan (vaak 2 tot 5 cm). Dit verstikt onkruid en maakt de bodem zacht genoeg voor de jonge plantjes zodat ze optimaal kunnen wortelen.
Zodra de modder de juiste consistentie heeft, worden de jonge rijstkiemen (die op een apart bedje zijn gekweekt) met de hand of machine in de modder geplant.
Vanop een bankje aanschouwen we vooral het ploegen terwijl een hond, mij niet bijt, maar lief tussen ons komt zitten.
Het verhaal sluit ik af met een hapje en een drankje.
Deze rare soort boon, naast de kleine banaantjes, krijgt hier de naam Buah Salju.
De inhoud bestaat uit witte pluis waarin de zwarte harde zaden zitten. Enkel het pluis is eetbaar, smelt in de mond en proeft naar vanille. Vandaar dat ze ook de naam krijgen Sneeuwvrucht of in het engels Ice Cream Bean.
Maar als je nog geen 21 jaar bent kan je het zeker niet wegspoelen met een alcoholisch drankje.
Schol! Op uw gezondheid! Santé!












































































































En die tempels, gebouwen met al die beelden.... 😯 Ik zou ogen tekort hebben....
Destijds werd ik ook ingeënt tegen rabiës. Doordat een US militair overleed na een hondenbeet in Afghanistan werd deze vaccinatie een verplichting voor ons.
Alweer tof om te lezen !